Peter van Opdorp

Twee keer binnen een jaar staat Peter van Opdorp (33) aan de voet van Alpe d’Huez. De eerste keer viert hij dat hij genezen is van leukemie. Een jaar later staat hij aan de vooravond van een stamceltransplantatie – de kanker is terug. “Bovenkomen, huilen, en onmiddellijk terug naar het ziekenhuis in Nederland. Het contrast kon niet groter.”

In 2009 kreeg je leukemie. Hoe kwam je er achter?
“Ik was fanatiek wielrenner, hartstikke gezond. In de voorjaarswedstrijden moest ik plots afhaken. Alsof ik lood in de benen had. De huisarts dacht aan de ziekte van Crohn. Maar het bleek erger. Ik werd doorverwezen naar een hematoloog die de diagnose stelde: acute leukemie. Vanaf dat moment ging alles heel snel. Ik hoorde dat ik een vrij gunstige vorm van de ziekte had. Drie chemokuren zouden voldoende zijn. Niet veel later begon ik in Breda aan de chemo. Ik kreeg drie kuren van elk 10 tot 14 dagen. Ik lag in een isolatiekamer omdat ik bijna geen weerstand meer had. Ik mocht gelukkig wel mensen ontvangen zolang ze speciale jassen en mondkapjes droegen.”

Wat was de directe impact van de ziekte op je leven?
“Mijn vrouw was in verwachting toen ik hoorde dat ik kanker had. We zijn halsoverkop getrouwd. Dat moest allemaal heel snel. Zonder ziekte hadden we die dag anders ingedeeld. Toch was het mooi. Bij de zwangerschap van mijn vrouw traden veel complicaties op. Na 34 weken zwangerschap kozen artsen voor een keizersnee. Ik zat toen middenin mijn derde chemokuur en lag in de isolatiekamer. Ik wilde koste wat het kost bij de geboorte zijn, en ben een halve dag uit mijn isolatiekamer geweest. De geboorte van mijn zoon, Joris, heb ik heel bewust meegemaakt. Dat is enorm waardevol geweest.”

Je vrouw, je kind en jijzelf lagen tegelijkertijd in het ziekenhuis.
“Het was een bizarre periode. Mijn zoon lag in een couveuse, zijn moeder werd behandeld voor complicaties van de zwangerschap en zijn vader zat in zijn derde chemokuur. Verschrikkelijk spannend.”

In augustus mocht je naar huis. Tien maanden later fiets je op één dag zes keer de Alpe d’Huez op. Wat betekende dat voor je?
“Aan de voet van de klim dacht ik: als ik dit haal, ben ik genezen en kan ik verder met mijn leven. Het was een heel waardevolle dag. Dat gevoel van weer beter zijn had ik op de top. Klaar met die ziekte. Verder kunnen met mijn leven. Ik dacht echt dat het voorbij was.”

Niet dus.
“Nee, het was een klap toen ik weer ziek bleek. Bij een controle van mijn bloedwaarden rond de Kerst leek aanvankelijk niet veel mis. Iets te weinig bloedplaatjes in mijn bloed. De dokter zei dat het vaker voorkomt. Eind januari belde hij met nieuwe bloeduitslagen: ik moest direct opgenomen worden.”

Begon je anders aan de behandeling omdat je die al eerder meemaakte?
“Ja. Ik wist wat er ging komen. Maar nu zou er ook stamceltransplantatie bijkomen. Dat maakte het allemaal nog spannender, het was moeilijk om positief te blijven. Belangrijk voor mij was dat ik op een sterk thuisfront kon rekenen. Mijn vrouw is ontzettend sterk. En ik wist dat ik in deskundige handen was.”

Hoe ging de behandeling?
Ik kreeg weer twee chemokuren, weer in een isolatiekamer. Ik heb veel bijwerkingen gehad. Van alles. Longontsteking bijvoorbeeld. Voor een kankerpatiënt is dat levensgevaarlijk. Het ging allemaal net goed en in april 2011 kwam ik leukemievrij uit het ziekenhuis. Toen was het wachten op de stamceltransplantatie. Die kon pas beginnen zodra er een donor voor de stamcellen was. Die van mijn broer bleken niet geschikt. Gelukkig, gelukkig, gelukkig, kwam er een anonieme donor. De transplantatie stond gepland in juni, een paar dagen voor Alpe d’HuZes.”

Toen dacht je: ik vraag of de transplantatie een paar dagen uit kan worden gesteld zodat ik die berg op kan fietsen?
“Ik wilde die berg weer op. En toen ik hoorde dat de datum van transplantatie zo kort op die van de Alpe d’HuZes zat, heb ik gevraagd of de behandeling twee dagen uitgesteld kon worden. Aanvankelijk zeiden ze nee bij het ziekenhuis. Maar degene die de transplantatie zou begeleiden in het ziekenhuis bleek ook een fietser, hij gaf me toestemming. Met een infuus onder de schouder reisde ik naar Frankrijk.”

Hoe zwaar is de klim voor iemand die net twee chemokuren achter de rug heeft en de volgende dag aan een stamceltransplantatie begint?
“Ik heb in mei een klein beetje kunnen trainen, maar dat stelde niets voor. De klim ben ik op emotie opgereden. Dat ik de top zou halen, stond voor mij vast. Al had ik de 21 bochten moeten lopen. Als ik niet naar huis had gehoeven, was ik nog een keer omhoog gereden. Eenmaal op de top kreeg ik het pas echt lastig. Het was heel emotioneel. Bovenkomen, huilen, fiets in de auto en onmiddellijk terug naar Nederland. Ik viel in een heel diep gat. Het ene moment behaal je zo’n prestatie en het andere moment zit je in de auto op weg naar ellende.”

Had je wel wat aan de klim?
“Zeker, begrijp me niet verkeerd. Ik heb er heel veel kracht uit geput. Maar dat contrast tussen mooie dingen en ellende maakte de dagen daarna erg moeilijk.”

Een week later begint de stamceltransplantatie.
“Ja, erg zwaar. De nieuwe stamcellen moesten zich gaan nestelen in mijn lichaam. Vlak na de transplantatie kreeg mijn hart het moeilijk en raakte ik ernstig kortademig. Ik belandde op de intensive care. Als ze me daar hadden moeten beademen, was het niet goed gegaan. Ik beleefde toen een heel kritische nacht, het meest kritische punt in mijn ziekte. Veel heb ik er niet van meegekregen. Op het nippertje ging het goed. Nadien is het eigenlijk alleen maar beter gegaan.”

Het is nu ruim een jaar na de transplantatie. Je fietst voorzichtig. Hoe ben je tot hier gekomen?
“Dat heeft heel lang geduurd, en ik ben nog steeds op de weg terug. Ik ben nu twee weken van afstotingsremmers af. Mijn huid, lever, nieren en longen vertoonden afstotingsreacties. Het zijn complicaties die vaker voorkomen bij zo’n transplantatie, die is zó ingrijpend. Binnenkort krijg ik mijn kindervaccinaties, dat moet allemaal opnieuw gebeuren. Veel weerstand heb ik nog niet. Dus niet naar plekken met veel mensen, geen rauw vlees eten. Heel langzaam weer beginnen met werk. Maar ach…dat is niet het allerbelangrijkst. Ik heb mijn zoon, mijn vrouw. We zijn allang blij dat we er zijn.”

© LIVESTRONG_NL/Tom Vennink
.

Peters oproep voor Alpe D’HuZes op Facebook (via NCRV): Zie hier >>

.
De NCRV volgde in 2011 6 deelnemers aan Alpe d’HuZes. Zo ook Peter.
.

2 Responses to “Peter van Opdorp”

  1. Nicoliene
    september 26th, 2012 at 21:10

    Je had al het een en ander verteld, Peter… Maar nu het hier zwart-op-wit staat… Kippenvel! Wat een kanjers zijn jullie (jij, je gezin, familie en vrienden). Geniet van elkaar, elke dag!

  2. Joke Dekkers op den Buys
    november 7th, 2013 at 09:58

    Na het lezen van jullie “Story” kreeg ik het te kwaad.

Leave a reply








Meld je aan voor de nieuwsbrief
Meld je aan als vrijwilliger